© Jacques Herb - 2010 Alle rechten voorbehouden

Alle teksten zijn gedeclareerd bij de Auteursrechtenorganisatie  Buma-Stemra
en mogen niet zonder toestemming van de auteurs gebruikt of gewijzigd worden.

Heb je interesse in dit nummer voor opname op CD of op CD album?

Stuur me dan even een mailtje zodat ik dit nummer voor je kan reserveren!

E-mailadres: jackvanherp@hotmail.com

HET HONDJE VAN DIRKIE.

KLEINE DIRKIE HAD EEN HONDJE, DOOR EEN AUTO OVERREDEN

MET GEBROKEN POOT IN ’T STRAATGEWOEL GEVONDEN

MET TWEE HOUTJES EN EEN STUKKIE VAN EEN OUWE GONJEZAK

HAD IE ’T POOTJE EERST GESPALKT EN TOEN VERBONDEN

DAARNA HAD IE ’T DIERTJE HEEL ZACHT OPGEPAKT EN THUIS GEBRACHT

EN VERVULD VAN STILLE ANGST EN DIEPE ZORGEN

ZEI DIE: MORMEL, HAD OOK UITGEKEKEN VOOR JE OVERSTAK

MAAR ’T VOORZICHTIG IN EEN ZOLDERHOEK VERBORGEN

ALS IE BOTERHAMMEN KREEG, VERBORG IE IED’RE KEER EEN STUKKIE

VOOR ZIJN ZIEKE KAMERAAD ONDER ZIJN KIELTJE

EN DAN SLOOP IE OP ZIJN TENEN MET EEN KOPJE ZONDER OOR

NAAR DE ZOLDER EN ZEI: VREET NOU MAAR SCHLEMIELTJE

HEKKIE KEEK ‘M NOU EN DAN MET ZIJN KOPPIE SCHEEF ’S AAN

DIE PHILANTROPIE KON ’T MORMEL NIET VERWERKEN

TOEN IE OP EEN KEER WOU BLAFFEN, SISTE DIRKIE: HOU JE BEK

JE LEGT ZO UIT JE PENSION, ALS ZE HET MERKEN

IN EEN GAMMEL STIJFSELKISTJE STOPTE HIJ ’T SKELETTIG DIERTJE

WANT ZIJN MOEDER MOCHT HET HEELEGAAR NIET WETEN

ALS ZE HEKKIE HAD GEZIEN, HIJ KENDE MOEDER OP EEN PRIK

HAD ZE ’T BEEST METEEN HET STEEGJE INGESMETEN

AL ZO VAAK HAD IE VERZOCHT OF IE ’N HONDJE HEBBEN MOCHT

WANT DIE BEESTEN ZIJN NET MENSEN SOMS, ZO PIENTE

DIRKIE HIELD NIET VAN DE SCHOFFIES UIT DE BUURT, DIE VONDEN ‘M MAAR RAAR

EN ZE SCHOLDEN SLOME HEIN EN DOOIE DIENDER

OP EEN KEER KWAM HEKKIE ONVERWACHT, ZIJN POOT NOG IN HET VERBAND

DE KAMER IN, EEN HONDJE LAAT ZICH NIET VERBIEDEN

MOEDER ZEI: NOU IS DE BOOT AAN, KIJK ME ZO’N SCHARMINKEL AAN

HET LIJKT WAARACHTIG WEL DE JOODSE INVALIDE

VAN WIE HOORT DAT STUK GESPUIS, STRAKS HEB IK ARTIS IN M’N HUIS

DIRKIE STAMELDE, HIJ KON HET NAUWELIJKS ZEGGEN

TOEN IE ONDER ’N AUTO LEE, DOCHT IK, ‘K NEEM HEM EFFE MEE

ANDERS HADDEN Z’M ZO MAAR LATE LEGGEN

ALS IE BINNEN ’T UUR MIJN HUIS NIET UIT IS, GAAT IE IN DE PLOMP

VERKLAARDE MA, DAT IS WAT VOOR MIJ, DIE NARE KRENGEN

TOEN ZEI PA GEDECIDEERD: WANNEER ZIJN POOT GENEZEN IS

ZAL IK ‘M PERSOONLIJK NAAR ’T ASIEL TOE BRENGEN

DIRK ZEI LIEFDEVOL: NOU TEEF, D’EERSTE MAAND BEN JIJ WEER SAFE

INTUÏTIEF WAS HIJ VAN DE PATIËNT GAAN HOUDEN

MOEDER STAMELDE: ZEG OBER, GEEF U HECTOR ’N STUKKIE KREEFT

MAN, JE MOT EEN VILLA VOOR ‘M LATEN BOUWEN

KLIENE MIENTJE, ’T JONGSTE ZUSJE, NOEMDE HEKKIE SMALEND VIEZERIK

DAN HULDE DIRK ZICH HOOGHARTIG ZWIJGEN

MAAR WERD HET HEM WEL TE MACHTIG EN DAN KREET IE: TREITERKOP

WAT IS VIES, KIJK JIJ MAAR LIEVER NAAR JE EIGEN

EN BEET HEK IN MIESJES POP, ’T MEISJE GAF HET BEEST EEN SCHOP

DIRK VLOOG OP EN LOEIDE: VALSE SALAMANDER

RAAK DIE BEEST NOU NOG ’S AAN, ZAL IK JE EFFE KREUPEL SLAAN

ALS IE SLAAG KRIJGT, IS ’T VAN MIJ EN VAN GEEN ANDER

HEKKIE LEEFDE ONGESTOORD TE MIDDEN VAN CONFLICTEN VOORT

SCHOON ONBEWUST DAT ZE DE OORZAAK WAS VAN RAMPEN

D’EEN VERVOLGDE HAAR MET HAAT, DE ANDER WERD HAAR KAMERAAD

’T HUISGEZIN HAD ZICH GESCHEIDEN IN TWEE KAMPEN

’T POOTJE WAS WEER GECUREERD, DIRKIE HAD DE HOND GELEERD

MOOI TE ZITTEN EN NOU WAS IE REUZE BRANIE

VADER ZEI SOMS: KLEIN SERPENT, ZO’N BEEST IS TOCH INTELLIGENT

JA, ZEI MOEDER, GA D’R MEE NAAR SARASSANI

NA ZES MAANDEN STILLE OORLOG HAD HET NOODLOT ZICH VOLTROKKEN

HEKKIE HAD IETS RAARS GEDAAN IN MOEDERS KAMER

BERTUS, ’T OUDSTE BROERTJE, ZAG HET EN RIEP: KIJK EENS WAT EEN ZWIJN

OP DE TRIJPEN STOELEN, MOE, HIJ GREEP EEN HAMER

WIERP DIE HEKKIE NAAR ZIJN KOP, ’T BEESTJE VLOOG SCHUIMBEKKEND OP

VIEL TOEN NEER, OP DAT MOMENT KWAM DIRKIE BINNEN

BLEEF ALS VASTGENAGELD STAAN, KEEK LIJKWIT ZIJN BROERTJE AAN

NIEMAND WIST TOEN WAT MET DIRKIE TE BEGINNEN

ZACHT, AL WAS ’T EEN KOSTBAAR KLEINOOD, HEEFT TOEN DIRK ’T VERSTARDE BEEST

NAAR ZIJN HOEKJE OP DE ZOLDER MEEGENOMEN

’S AVONDS IN HET DONKER GROEF IE IN HET VONDELPARK EEN KUIL

IN EEN EENZAAM LAANTJE ONDER IEPEBOMEN

MET EEN SNUITJE BLEEK ALS WAS, LEI DIE HEKKIE ONDER ’T GRAS

EN ZEI TRILLEND, BEIDE OOGJES TOEGEKNEPEN

HEKKIE, HET WAS NIET MIJN SCHULD, MENSEN HEBBEN GEEN GEDULD

ARME DIER, ZE HEBBEN JOU THUIS NIET BEGREPEN.

Tekst & Muziek: L. Davids