Alle teksten zijn gedeclareerd bij de Auteursrechtenorganisatie  Buma-Stemra en mogen niet zonder toestemming van de auteurs gebruikt of gewijzigd worden.

© Jacques Herb - 2010 Alle rechten voorbehouden

PATSY

VLAK BIJ DE HAVEN STAAN HEEL OUDE HUIZEN

DONKER EN SOMBER, BOUWVALLIG EN KOUD

DAAR WOONT EEN MEISJE, ZE NOEMEN HAAR PATSY

ZIJ IS HET MEISJE DAT VEEL VAN ME HOUDT

KAAL EN VERSLETEN ZIJN PATSY HAAR KLEREN

ONDANKS DIE KLEREN HOORT PATSY BIJ MIJ

THUIS WIL GEEN MENS VAN MIJN MEISJE IETS WETEN

TOCH GAAT MIJN LIEFDE VOOR HAAR NOOIT VOORBIJ

 

PATSY, 'K HOOR TOCH BIJ JOU

NOOIT WIL 'K EEN ANDER ALS VROUW

OOK AL WOON J'IN EEN KROT

MET DE HUISDEUR KAPOT

JE WEET TOCH HOEVEEL 'K VAN JE HOU.

 

IEDERE NACHT LIG IK RUST' LOOS TE DROMEN

'K ZIE HOE JE WACHT IN DIE SOMBERE STRAAT

DENKEND' DAT IK NIET MEER BIJ JE ZAL KOMEN

MAAR ALS IK KOM IS 'T MISSCHIEN AL TE LAAT

LAATST VROEG EEN BUURMAN HEEL ZACHTJES AAN VADER

KEN JIJ DIE PATSY, ZE KWAM WEL EENS HIER

'T MEISJE IS DROEF AAN HAAR EINDE GEKOMEN

GISTEREN VOND MEN HAAR IN DE RIVIER.

PATSY, 'K HOOR TOCH BIJ JOU

NOOIT WIL 'K EEN ANDER ALS VROUW

M'N GELUK IS VOORBIJ

JIJ BENT NIET MEER BIJ MIJ

PATSY, STRAKS KOM IK BIJ JOU.